Het schemergebied tussen euthanasie en zelfdoding
Uitzending van 9 mei 2007
Elk jaar kiezen ongeveer 4.400 mensen, zonder tussenkomst van een arts, voor 'auto-euthanasie': mensen die in samenspraak met familie of vrienden bewust en weloverwogen willen sterven door te stoppen met eten en drinken, of door een zelf verzamelde overdosis medicijnen te slikken. Moeten artsen hierbij toch een rol gaan spelen? En zo ja, waar ligt dan de grens? In Netwerk een reportage over wat je als arts kunt doen als euthanasie niet toe is gestaan, maar de patient uitdrukkelijk niet meer wil leven.
Veel vaker
De cijfers en de term 'auto-euthanasie' komen van Boudewijn Chabot die vandaag is gepromoveerd op een onderzoek ernaar. In 'Auto-euthanasie; verborgen stervenswegen in gesprek met naasten' concludeert Chabot dat zelfstandige levensbeeindiging zonder dat een arts de dodelijke handeling verricht veel vaker voorkomt dan hij eerst vermoedde. Zelfs vaker dan euthanasie. Volgens hem wordt er door de samenleving geen ruchtbaarheid aan 'auto-euthanasie' gegeven. In het euthanasiedebat wordt deze vorm van sterven over het hoofd gezien of er wordt over gesproken in afschrikwekkende termen. Daardoor is de frequentie hiervan verborgen gebleven achter de gordijnen van het sterfbed.
"Klaar met leven"
Veruit de meeste mensen kiezen ervoor om hun leven te beeindigen door bewust te stoppen met eten en drinken. Vaak zonder dat de artsen daarvan op de hoogte zijn. In veel gevallen van mensen die stierven door te vasten gaat het om mensen die ouder zijn dan 60 jaar. Zij hadden geen ernstige of dodelijke ziekte. Ze waren "klaar met het leven". En dit is een categorie van mensen die niet onder de euthanasiewet valt.
Euthanasiewet
In Nederland is euthanasie toegestaan als de patient aan uitzichtloze en ondraaglijke pijnen lijdt. Het moet gaan om opzettelijk levensbeeindigend handelen op uitdrukkelijk verzoek van de patient door een arts. De arts moet de euthanasie melden bij een speciale toetsingscommissie. Als deze commissie vindt dat de euthanasie niet volgens de regels is verlopen, wordt de zaak doorverwezen naar het Openbaar Ministerie.
Onderzoek
Vanaf 1999 begon Chabot met een systematisch onderzoek naar deze vorm van sterven, nadat hij eerder in zijn werk als psychiater te maken had gekegen met een dergelijk geval. Een 50-jarige vrouw deed een verzoek om te kunnen sterven, omdat ze na het overlijden van haar twee zoons en een moeizame echtscheiding geen reden voor zichzelf meer zag om door te leven. Chabot hielp haar aan middelen waardoor ze in het bijzijn van anderen kon overlijden. Dit had wel tot gevolg dat hij door de Hoge Raad werd veroordeeld voor hulp bij zelfdoding, maar kreeg geen straf: Chabot had zorgvuldig gehandeld.






