Vijf jaar na de moord op Pim Fortuyn
Uitzending van 2 mei 2007
Vijf jaar geleden maakte dierenrechtenactivist Volkert van der G. een einde aan het leven van Pim Fortuyn. De persoon Pim Fortuyn blijft de gemoederen bezighouden. Stel dat Fortuyn niet was vermoord, hoe zou hij dan tegen het Nederland van nu aankijken? Netwerk probeert antwoord op deze en andere vragen te krijgen bij acteur Helmert Woudenberg die voor een toneelstuk in de huid van de vermoorde politicus kroop en bij Fortuyns boezemvriend Hans Broekhuis, auteur van het boek 'Pim, een bericht van gene zijde.'
"Ik?"
In recensies van het toneelstuk 'Fortuyn' wordt de acteur Woudenberg geroemd om zijn gelijkenis met zijn alter ego. Het stuk begint met een aantal jeugdherinneringen aan het ouderlijk huis, de katholieke opvoeding en het schoolleven. Later komen onder andere zijn werk voor de OV-jaarkaart aan de orde en uiteraard ontbreekt zijn opmars in de Nederlandse politiek ook niet. Na bijna twee uur eindigt de voorstelling met de laatste dag van zijn leven: na een BNN-radio-uitzending liep Fortuyn naar buiten en zag een man met een honkbalpetje plotseling uit de bosjes komen die op hem schoot. "Ik?" was zijn laatste woord, zakte daarna door zijn knieen en overleed later op terrein van het Mediapark.
"Linkse kerk"
Eind jaren zestig ging Fortuyn geschiedenis, rechten, economie en sociologie studeren. Alleen met zijn laatste studie behaalde hij een doctoraal. In 1989 werd hij directeur van de OV-studentenkaart BV, die de openbaarvervoerkaart voor studenten moest introduceren. Toen de kaart er eenmaal was, vertrok Fortuyn. Later richtte hij zich op het schrijversvak en werkte als publicist en columnist voor onder meer Elsevier. In zijn columns ergerde Fortuyn zich steeds meer aan de politiek van Paars. Zijn zware kritiek richtte zich op het falende asielbeleid, de tekortschietende gezondheidszorg en de achterkamertjespolitiek. De schuld geeft hij aan de "linkse kerk" die deze thema's volgens hem onder een deken van politieke correctheid verstopte.
Interview
In 2001 werd hij lijsttrekker van Leefbaar Nederland (LN). De keuze van het LN-bestuur op Fortuyn werd door hem beantwoord met zijn inmiddels gevleugelde uitspraak: "Ik heb er zin an. At your service." Snel volgde de breuk na een interview van Fortuyn met de Volkskrant. Daarin noemde hij de islam "een achterlijke cultuur" en pleitte hij voor het afschaffen van artikel 1 van de Grondwet, het verbod op discriminatie. Nadat het LN-bestuur hem aan de kant schoof, richtte de kersverse politicus binnen twee weken zijn eigen partij op: Lijst Pim Fortuyn (LPF). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 zorgde de partij voor een politieke aardverschuiving en leek Fortuyn niets meer in de weg te staan voor de landelijke verkiezingen.
Crises
Na Fortuyns dood moest de LPF zijn ideeen in de Tweede Kamer gaan verwezenlijken. Dat bleek voor de 26 gekozen onervaren en verdeelde LPF'ers niet gemakkelijk. De periode na de verkiezingen kenmerkte zich door onrust binnen de partij. Uiteindelijk werd een conflict tussen twee LPF-ministers, Heinsbroek en Bomhoff, het kabinet Balkenende I fataal. Na 86 dagen viel het kabinet. Critici stellen dat er van het gedachtegoed van Fortuyn niet veel is terechtgekomen. Volgens hen kwam dit niet zozeer door het falen van de LPF, maar door de moord op Fortuyn. "Simpelweg doordat de persoon en zijn ideeen onlosmakelijk in elkaar overvloeiden". Sinds de laatste Tweede Kamerverkiezingen is de LPF niet meer vertegenwoordigd in de Kamer.






