Rwanda, tien jaar na de genocide
Uitzending van 15 april 2004
Verslaggever Herman van Gelderen deed tien jaar geleden verslag van de moordpartijen in Rwanda. Nu keert hij terug en bezoekt een Hutu-man die door de Hutu-milities gedwongen werd zijn Tutsi-vrouw te doden, omdat anders zijn kinderen zouden worden vermoord.
Gedwongen
Marcelin Kwibuka is 46 jaar, en Hutu. Hij is boer in het plaatsje Nyamata, honderd kilometer van de Rwandese hoofdstad Kigali. Het is op de dag af tien jaar geleden dat hij op zijn eigen erf door een doodseskader gedwongen werd zijn vrouw Francoise dood te slaan.
Vermoorden
Francoise was Tutsi. Het gezin Kwibuka had acht kinderen toen begin april 1994 de genocide uitbrak. Eén van de Hutu-doodseskaders omsingelde de boerderij van het gezin - de moordenaars wisten van de afkomst van Kwikuba’s vrouw en wilden haar vermoorden.
Kinderen
Marcelin loog wanhopig dat zijn vrouw al was gevlucht. Toen de moordenaars aanstalten maakten om hem te vermoorden - hij was met een Tutsi-vrouw getrouwd en ‘dus ook schuldig’ - kwam zijn vrouw toch naar buiten. De milities dwongen Marcelin om haar te vermoorden - anders zouden ze zijn kinderen niet laten leven.
Herbegraven
Verslaggever Herman van Gelderen praat met Marcelin over de gebeurtenissen van tien jaar geleden. Hij bezoekt ook het dorpje Nyamata, waar nu nog vele tientallen slachtoffers van de massamoord worden herbegraven.
Achtergrond: Achter de genocide
De genocide die uitbrak in april 1994 staat bekend als één van de grootste massaslachtingen sinds de holocaust. In enkele maanden tijd werden bijna een miljoen mensen vermoord. Aan de volkerenmoord gingen jaren van oorlog, onderdrukking en wraak vooraf: een korte geschiedenis van Rwanda.






